Echte vrienden

Volgende week woensdag begint de Boekenweek en die staat in het teken van vriendschap...en andere ongemakken. Als ik aan vriendschap denk, denk ik automatisch aan facebook. Dat is eigenlijk wel erg. Het begrip vrienden is door facebook gekaapt. Op mijn facebookpagina heb ik 186 vrienden. Een aantal mensen ken ik erg goed, bijvoorbeeld mijn eigen vriend. Sommigen zijn ook vrienden in mijn dagelijks leven. Maar eigenlijk zijn de meeste 'vrienden' oud- klasgenoten (en dan vooral degenen met wie ik vroeger nooit een woord wisselde), (oud) collega's en vage kennissen. Van al deze mensen kan ik dagelijks zien waar ze zich mee bezig houden. Sommige mensen 'delen' alleen zakelijke informatie, sommige maken een mix tussen persoonlijk en zakelijk en sommigen gooien echt alles op facebook.

Facebook is natuurlijk exhibitionisme ten top. Maar dan op een bijzondere manier. Iedereen presenteert zich  zoals hij of zij wil dat anderen hem of haar zien. De een maakt zijn leven interessant door zo spitsvondig en  grappig als hij kan - niveau verschilt nogal - te verhalen van het leven van alledag. De ander door erop te wijzen hoeveel goede boeken, films, tv-programma's en kranten hij leest. En weer een derde door zijn leven in beeld te brengen en allerhande foto's te plaatsen. Als je wilt weten hoe populair je bent, tel je het aantal 'likes' onder je berichten.

Onlangs las ik Echte vrienden van Stine Jensen en zij verwoordt precies de aantrekkingskracht (we willen zoveel mogelijk likes en reacties te verzamelen) en de uiteindelijke makke van facebook. Het is allemaal niet echt. Hoe langer je lid bent, hoe meer vrienden je verzamelt. Maar hoe minder van die vrienden je daadwerkelijk kent. En al die zogenaamde vrienden krijgen toch een behoorlijk intiem inkijkje in je leven. En jij in dat van hen.

Jensen schrijft dat ze uiteindelijk de radicale conclusie heeft getrokken om haar facebookprofiel te verwijderen. Dit om zich weer te wijden aan het echte leven. Maar ach, een verslaving laat zich niet temmen, als je op Jensen zoekt, is ze inmiddels weer te vinden op het vriendennetwerk...

Stine Jensen praat over vriendschap op TiLT op 17 maart in Theater de NWe Vorst in Tilburg

(bijke)

Binnenkort: geen lijden meer

Het begint met de vraag of je je wel eens hebt afgevraagd waarom er zoveel leed en ellende is. En dan: “Al duizenden jaren hebben mensen zwaar te lijden onder oorlogen, armoede, rampen, misdaad, onrecht, ziekte en dood. Maar zo erg als in de afgelopen honderd jaar is het nog nooit geweest. Zal er ooit een einde aan komen?”


Volgens het boekwerk ‘Binnenkort: geen lijden meer’, van een anonieme schrijver, luidt het geruststellende antwoord ja. En wel hierom: de zachtmoedigen zullen de aarde bezitten en ‘hun verrukking vinden in de overvloed van vrede’. En dat voor eeuwig. De dood zal niet meer zijn, staat geschreven, noch rouw, geschreeuw of pijn.

De gevolgen zijn niet te overzien, maar daarover rept de auteur met geen woord. Wat gebeurt er als niemand meer sterft? Worden er in ijltempo planeten gekoloniseerd om alle mensen te kunnen herbergen? Of komen de haast en dadendrang te vervallen als iedereen voor altijd leeft en de gemakzucht wild om zich heen slaat? Cruciale vragen waarop de schrijver het antwoord schuldig blijft, wat waarschijnlijk verklaart waarom hij, of zij, besloot anoniem te blijven.

Gastblogbericht, door Bart van Dijk

Roem en Hanna Bervoets

Hanna Bervoets staat behoorlijk in de belangstelling. Ze is journaliste, heeft een column in het Volkskrant Magazine - de columns werden onlangs gebundeld - en publiceerde twee romans: Of hoe waarom? (2009) en Lieve Céline (2011).

Die eerste roman las ik onlangs. Want hoewel ik er eerst niet aan wilde- Ik vond haar een beetje irritant in haar columns en gedrag - zo popi en hoezo is zij ineens beroemd?- betrapte ik mezelf erop dat ik haar columns stiekem steeds grappiger vond en dacht ik: misschien ben ik wel jaloers op haar succes en vind ik haar daarom irritant. Kortom: ik zette me over mezelf heen en las Of hoe waarom? (die titel irriteerde me dan toch weer lichtelijk, weet niet waarom).

Hanna Bervoets
Het gegeven Roem speelt een belangrijke rol in dit boek. Moeder van hoofdpersonage Flora Vos wil zo graag aandacht dat zij haar uiterlijk telkens opnieuw laat verbouwen en haar dochter als baby al expres - blijkt later - in de fik steekt om een funniest home video te kunnen insturen. Ook Flora zelf wil erg graag aandacht. Ze doet vanalles om beroemd te worden: zo neemt ze dikwijls plaats in het publiek van tv-shows, om maar in beeld te komen. Dit is niet eens ironisch: sommige mensen worden beroemd, terwijl er geen enkel talent aanwezig is om de roem te rechtvaardigen.

Het is echt iets van deze tijd om beroemd te willen zijn om het beroemd zijn. Zie ook de blog over The Voice Kids bij Kijken en Luisteren. Bijna zonder uitzondering geven de kinderen bij The Voice Kids als reden op om mee te doen: ' ik wil beroemd worden' . Zelden hoor je: ' ik vind zingen leuk en daar wil ik beter in worden' . Een gegeven dat zowel Bervoets als mij interesseert. In Of hoe waarom? wordt dit goed onder woorden gebracht, al beklijft de - toch huiveringwekkende - plot niet bij mij.

Het tweede boek van Bervoets, Lieve Celine, gaat over een meisje dat geobsedeerd is door beroemdheid Céline Dion. Dei is dan weer de tegenpool van Flora en wil zelf onzichtbaar zijn, ze wil alleen maar kijken naar haar idool. Ook dat past helemaal in deze tijd. De media spelen daar lustig op in en overspoelen ons dagelijks met onnozele feiten over beroemdheden. Die je stiekem ook nog interessant gaat vinden ook.
still uit iedereen beroemd
Ach, uiteindelijk draait het toch allemaal om erkenning, wie wil dat niet in de een of andere vorm? Ook Bervoets zelf heeft toegegeven graag op feestjes van BN-ers uitgenodigd te willen worden. Wellicht gaat deze trend dan eindigen als we allemaal beroemd zijn. Wat we weer doet denken aan de hilarische film Iedereen Beroemd, maar das weer een ander verhaal..

 Hanna Bervoets is te gast op TiLT op zaterdag 17 maart.

(bijke)

Mijn meneer

Dit weekend las ik Mijn Meneer van Ted van Lieshout en ik heb het in een ademteug uitgelezen.
Ik las het omdat er enorm veel aandacht voor was, natuurlijk vanwege het taboe-onderwerp - een relatie tussen een oudere man en een jongetje - dat Van Lieshout uit eigen ervaring beschrijft. In 1999 verscheen van hem al het boekje Zeer kleine liefde, over hetzelfde onderwerp. Het boekje deed nogal wat stof opwaaien, vooral omdat Van Lieshout nergens de dader veroordeelt. Hij beschrijft de relatie zoals hij die heeft ervaren als elf-jarige, zonder moreel oordeel, met alle verwarring die het in hem opriep. Zelf zegt hij over Zeer kleine liefde: 'Daarin getuigde ik niet meedogenloos tegen pedofilie, waardoor menigeen dacht: slachtoffers worden vaak daders, en hij is nog kinderboekenschrijver ook, dus hij zal zelf wel pedofiel zijn!'

bewonersprotest voor woning bestuurslid Martijn.
foto: Joost van den Broek
Nooit eerder is de pedofiel zo verketterd en in het verdomhoekje geplaatst als in deze tijd. Als bekend wordt dat er een pedofiel in een bepaalde straat komt te wonen, wordt deze letterlijk weggekeken (zie foto). Van Lieshout heeft in interviews over Mijn meneer gezegd dat deze verkettering hem zorgen baart. Beter zou het zijn een open discussie te voeren over dit onderwerp, en mensen niet buiten de samenleving te willen plaatsen. Zelfs dit standpunt is tegenwoordig not done in Nederland. En dat terwijl Van Lieshout een relatie tussen kind en volwassene allerminst goedkeurt.

De auteur beschrijft op zeer aangrijpende wijze wat het doet met een kind - dat hij zijn vader verloren heeft en op school gepest wordt - als een volwassene hem opeens zoveel liefde en aandacht geeft. De meneer in kwestie onderkent wie Ted is - een héél bijzonder jongetje - en moedigt hem aan zijn tekentalent te ontwikkelen. Waar je als volwassen lezer een doortrapte pedofiel ziet die langzaam, maar doelbewust aanstuurt op aanranding van het jongetje, weet Van Lieshout te bereiken dat je ook voelt wat de relatie voor het jongetje betekent en dat deze, zeker in het begin, ook prettig is.

Van Lieshout kan als geen ander op eenvoudige wijze de gedachten van een kind in verwarring formuleren. In de vorm van een biecht aan Maria vertelt het kind over zijn ervaringen en vraagt hij aan Maria of ze hem wil waarschuwen als hij te ver gaat. Hij verwoordt de schaamte en de schuldgevoelens die het jongetje krijgt, maar ook het gevoel uniek te zijn.

Door het zeer persoonlijke karakter van het boek, is het voor mijn gevoel niet helemaal gelukt er de lichtheid en humor in te leggen die de gedichten en (jeugd)romans van Van Lieshout normaal gesproken kenmerken. Maar hij doet zichzelf recht. Hij is niet het slachtoffer zoals wij dat graag zouden zien; degene die de dader achteraf veroordeelt, die alles als negatief ervaart en de dader wil laten boeten. In het nawoord van het boek zegt hij: 'Meneer [had] niet het risico mogen nemen dat ik beschadigd zou raken, los van of ik daadwerkelijk beschadigd raakte of niet. Maar van het gebeuren zelf heb ik geen spijt en als ik het uit mijn leven kon wissen, zou ik dat niet doen.'

Mijn meneer laat ons achter met een ongemakkelijk gevoel: het slachtoffer vertelt hoe het voor hem was, niet zwart-wit, zonder moreel oordeel, zonder commentaar van de volwassene achteraf. Voor de manier waarop hij dat doet, heb ik veel respect.

Bijke

De verliezer wint

Eens in de zoveel tijd een ontspanningsroman lezen, heeft nog nooit iemand kwaad gedaan. De Verliezer Wint, van Graham Greene, is zo’n roman. Het boek is een trip. Het gaat over een boekhouder en zijn vrouw. Ze willen trouwen in Bournemouth, maar trouwen in Monte Carlo, op aandringen van Herbert Dreuther, de baas van de boekhouder. Hij, de baas, praat graag over zijn jacht en de luxe, calme et volupté daaromtrent.


Hij praat er ook over nadat de boekhouder een welhaast onverklaarbaar kasverschil heeft verklaard: de gebruikte rekenmachines, Revolgs geheten, laten de 2 en de 7 soms verspringen. Vandaar het kasverschil. De baas is zo verheugd dat het raadsel is opgelost dat hij zijn secretaresse een huwelijksreis naar Monte Carlo laat regelen. En dat ze aldaar trouwen met hem als getuige. 

De aanstaande bruid hoeft niet zo nodig naar Monaco, vertelt de boekhouder, die ook de verteller is. Hij vertelt meer over haar en haar bescheiden genoegens. Dat ze iemand is die niet de overeenkomsten ziet tussen situaties, maar juist de verschillen. En dat ze met een ferme uitspraak een einde kan maken aan een ruzie of een slecht humeur. Uitspraken als: “Ik ben liever ongelukkig met jou, dan gelukkig met iemand anders.”

Hun huwelijk lijkt niet stuk te kunnen, totdat de boekhouder, tijdens een bezoek aan een casino in Monte Carlo, op het idee komt om, met behulp van kansberekeningen en ‘het leger van onveranderlijke wetten’ in de wiskunde, rijk te worden van roulette. Het paar is dan al getrouwd en zo goed als blut. De boekhouder raakt compleet bezeten van het roulettespel en hoe het verhaal afloopt, na nog een paar onverwachte wendingen, is opmerkelijk.

Gastblogbericht, door Bart van Dijk

't Komt allemaal goed

Er zijn weinig dichtbundels zo mooi om te zien als ’t Komt Allemaal Goed van Gerrit Krol. Op de witte kaft staat in een eenvoudig handschrift, geschreven met kleurpotlood: de titel. Die titel is marketingtechnisch even geslaagd als een boek getiteld Van Harte dat zou zijn. Ideaal om cadeau te doen. Connie Palmen schijnt het succes van De Vriendschap ook te danken hebben aan de titel van dat boek. Net zoals de bedenkers van Alles Wat Mannen Over Vrouwen Moeten Weten, aangezien er verder geen letter in staat.



Terzake. Over naar de inhoud van ’t Komt Allemaal Goed. Die inhoud bestaat uit 50 gedichten die de schrijver en voormalig systeemanalist verdeelde over zeven hoofdstukken. Op verzoek van zijn vrouw gaat het eerste hoofdstuk over de liefde. De overige gaan achtereenvolgens over ontologie, het dagelijks leven, de industrie ‘die alle leed geneest’, ‘de nieuwe natuur’ en transfiguratie. De gedichten zijn bij lange na niet allemaal mis. Test ze zelf!

Gastblogbericht, door Bart van Dijk

Rust!

Over de doden niets dan de goeds, maar dan moeten ze niet postuum komen aanzetten met een bundel gedichten, inclusief een stel tekeningen en bespiegelingen. Vooral niet wanneer ze als grote gemene deler ‘berusting’ hebben. Dat kun je niet maken tegenover mensen die nog een lang, onrustig leven voor zich hebben.


Bram Vermeulen speelde het niettemin klaar om op slinkse wijze zo’n bundel gepubliceerd te krijgen. De man die zijn carrière begon als internationaal volleyballer, met Freek de Jonge Neerlands Hoop In Bange Dagen vormde en verder een niet aflatende hoeveelheid beroepen had, zoals decorontwerper en schilder, stierf in 2004.

Hij liet een e-mail na aan zijn geliefde Shireen Strooker. Een e-mail van een pagina of 211. De geliefde vond, met de typische trots die geliefden voor elkaar voelen, dat de e-mail niet alleen door haar gelezen diende te worden. Ze liet hem aan iemand van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar lezen, en die aan iemand van Houtekiet, of andersom. Samen redeneerden ze in ieder geval: dit is goed werk, dus als we het uitgeven, lezen meer mensen het waarschijnlijk. Daarna voegden ze de daad bij het woord en ziedaar: Rust!

Het is een bundel waaruit de berusting spreekt van een man die goed geboerd heeft. Een man die weinig kansen heeft gemist en tevreden kan terugblikken op een leven waarmee hij klaar is. Dan krijg je gedichten geschreven vanuit de luie stoel, naast het zwembad bij een vakantiehuis in Toscane. Gedichten als: “Zoals de zon daar onder gaat, en mij betrapt op haast. Zoals de wind hier blaast, herkend wordt door de bomen. Zoals het water raast om naar de zee te komen. In feite is het af. Ik bedoel: ik heb alles waargenomen.”

Raak, vredig, teder, op een kalme manier vreugdevol – noem maar op. Na vijf van zulke gedichten echter, wil je wel weer iets anders, tenzij je even tevreden bent als Bram Vermeulen in zijn nadagen. Buiten de saaiheid gerekend is er weinig aan te merken op de bundel. In de gedichten, tekeningen en de bespiegelingen worden de lach noch de traan verwaarloosd en er valt geen zin te ontdekken die niet loopt. Maar een bundel vol berusting? Met rijmzinnen als: “Eten, drinken, slapen en neuken; zo vullen wij onze uren hier. Ons geluk is een zoogdier.” Kon hij niet beter?

Na lezing ga je onwillekeurig denken dat berusting de dood in de pot is, het begin van het einde, de verdelger van de kritische vermogens en de fles om het zeewaardige schip. En dat aanhoudende berusting, zoals al aangegeven, verveelt. Het was beter geweest als de voormalig volleyballer meer tijd had gehad. Dan had hij nog wat kunnen dichten, schrijven of tekenen rond, bijvoorbeeld, de aanmaak van testosteron die aantoonbaar vermindert als een man gaat trouwen en, nogmaals, wanneer zijn vrouw in verwachting is geraakt.

Of over het tragikomische bestaan op zichzelf, of over het kwaad dat de strijd aanbindt met, pakweg, het goede. Alles zou beter zijn dan allemaal uitspattingen over berusting, al maken die de titel natuurlijk bijzonder treffend. (Boeken van Bram Vermeulen zijn geen snellopers momenteel en dus gewoonweg te leen bij de bibliotheek.)

Gastblogbericht, door Bart van Dijk

ZOEKEN

PROFIEL BLOGGER

Mijn foto
Bijke & Petry
Literatuurverkenner & Collectioneur
Mijn volledige profiel weergeven

CATALOGUS

Zoek in ons totale aanbod
Catalogus
Meer informatie >>

JEUGDBOEKENBLOG

OP DE HOOGTE

Wilt u op de hoogte blijven van nieuwe toevoegingen?
Abonneer...